Gevolgen van de Q-koorts op langere termijn

U kunt hier lezen wat de mogelijke gevolgen op langere termijn kunnen zijn.


Chronische Q-koorts

1-5% van de patiënten krijgt na een acute infectie ook chronische Q-koorts. Dit komt ook  voor bij patiënten die geen ziekteverschijnselen hebben of gehad hebben: Asymptomatische Chronische  Q-koorts. Een aantal patiënten heeft een verhoogde kans:

  • Patiënten met hartklepgebreken, klep- of vaatprothesen of een aneurysma (verwijd bloedvat);
  • Patiënten met een verstoord afweersysteem, bijvoorbeeld door gebruik van immunosuppressiva (geneesmiddel dat de werking van het afweersysteem remt);
  • Zwangere vrouwen.

We kunnen de diagnose chronische Q-koorts stellen op basis van uw klachten, risicofactoren, laboratorium- en beeldvormend onderzoek. Chronische Q-koorts is gevaarlijk en een ernstig gevolg van Q-koorts. Patiënten kunnen hieraan overlijden. Daarom krijgen patiënten vaak lange tijd (minimaal 18 maanden) een combinatie van antibiotica. Als  een patiënt door chronische Q-koorts een infectie van de hartklep of een bloedvat heeft, is soms een operatie nodig. Het is echter wel moeilijk vast te stellen waar de Q-koortsinfectie zich in het lichaam bevindt.

Chronische Q koorts heeft vaak heel weinig symptomen. Bekend is langzaam afvallen, ‘s avonds wat koorts en soms wat hoesten en klachten in de bovenbuik.  Het is dus vooral het laboratoriumonderzoek, bij mensen met een verhoogd risico, dat de patiënt en de dokter op de goede weg moet helpen.

Q-koortsvermoeidheidssyndroom (QVS)

Na een acute Q-koortsinfectie heeft ongeveer 20% van de patiënten langdurige klachten van vermoeidheid. Deze vermoeidheid kan, na de acute infectie, lang duren en kan gepaard gaan met een scala van andere klachten. Als deze moeheid langer dan zes maanden duurt (in aansluiting op de Q-koortsinfectie) en er geen andere verklaring voor is, noemen we dit het Q-koortsvermoeidheidssyndroom (QVS). Bij QVS heeft u geen actieve infectie. In het bloed kunnen we dit meestal onderscheiden van chronische Q-koorts. De klachten die voorkomen bij QVS hebben vaak ernstige gevolgen voor de kwaliteit van leven, dagelijkse activiteiten en werk. Het is nog niet duidelijk of hier een effectieve behandeling voor bestaat. In het Radboudumc wordt aan patiënten cognitieve gedragstherapie geboden. Ook hiervan is nog niet duidelijk of dit effectief is.

Q-koorts bij kinderen

In vergelijking met volwassenen hebben kinderen vaak geen ziekteverschijnselen bij een Q-koortsinfectie. Als ze wel symptomen ontwikkelen zijn deze vaak vergelijkbaar met die van volwassenen: een milde, griepachtige ziekte met koorts. Hoewel het zelden voorkomt kunnen bij kinderen complicaties optreden: longontsteking (pneumonie), ontsteking van de hartspier (myocarditis) en leverontsteking (hepatitis). Chronische  Q-koortsklachten zijn bij kinderen nog niet gezien. Wel bestaat er  een groep kinderen of jong volwassenen die QVS klachten hebben

Q-koorts onderzoek

Er kan sprake zijn van verschillende onderzoeken:

  • Bloedonderzoek: Met bloedonderzoek kunnen bepaalde antistoffen tegen Q-koorts worden aangetoond in het bloed. Dit kan in bijna alle laboratoria in Nederland worden verricht. Op basis van de aanwezigheid van deze antistoffen en de hoeveelheid van deze antistoffen door de tijd, kan bepaald worden of iemand acute Q-koorts of chronische Q-koorts heeft of dat hij/zij een Q-koortsinfectie heeft doorgemaakt.
  • Echo van het hart: Iemand met Q-koorts en hartklepgebreken of met aanwijzingen voor chronische Q-koorts wordt doorverwezen naar de cardioloog. Dan wordt een echo van het hart gemaakt: Het hart wordt bekeken met behulp van geluidsgolven. Zo wordt nagegaan of de Q-koortsbacterie een infectie van de hartkleppen heeft veroorzaakt. Vaak is dit niet voldoende en is een aanvullende PET-scan van de hartkleppen noodzakelijk.
  • PET-scan: Soms is bij chronische Q-koorts niet helemaal duidelijk waar in het lichaam de bacterie een infectie veroorzaakt. Bij chronische Q-koorts kan een verwijde lichaamsslagader of een vaatprothese geïnfecteerd raken. Een PET-scan helpt bij het lokaliseren van de infectie.
  • Echo buik: Als iemand chronische Q-koorts heeft, wordt vaak een echo van de buik gemaakt. Beoordeeld wordt dan of de grote buikslagader (aorta) verwijd is. De Q-koorts bacterie kan namelijk een infectie van de aortawand veroorzaken, met name als dit bloedvat verwijd is.
  • CT-scan van de buik: Soms wordt er ook een CT-scan van de buik gemaakt als iemand chronische Q-koorts heeft. Ook hiermee kan worden beoordeeld of de grote buikslagader (aorta) is aangetast door de Q-koorts bacterie.

 

Q-koorts behandeling

  • In geval van acute Q-koorts krijgt de patiënt een behandeling met antibiotica. Afhankelijk van de riscofactoren van de  patiënt wordt hij/zij twee tot drie weken behandeld.
  • In geval van acute Q-koorts én een sterk verhoogd risico op chronische Q-koorts (bijvoorbeeld omdat er klepgebreken zijn, of een recent ingebrachte vaatprothese) krijgen patiënten meestal een combinatie van antibiotica. Het doel is te voorkomen dat een patiënt chronische Q-koorts krijgt. Deze antibiotica moet langere tijd gebruikt worden: zes maanden tot een jaar.
  • In geval van chronische Q-koorts krijgt de patiënt een combinatie van antibiotica. Deze moet zeer lang gebruikt worden: minimaal 1 tot 2 jaar.
  • Als een patiënt door chronische Q-koorts een infectie van de hartklep of een bloedvat heeft, is in sommige gevallen een operatie nodig.

Wilt u alle informatie graag als brochure downloaden of printen? Dat kan hier.

Lees alles over wetenschappelijk onderzoek naar Q-koorts.