Ik blijf hopen dat er iets werkt

Q-koortspatiënten vertellen hun verhaal

Lisa

Carina Kamps (24)

Het voelt alsof ik in een stoptrein  zit’, zegt Carina Kamps (24), ‘terwijl mijn leeftijdsgenoten in een sneltrein zitten. Want mijn leven staat stil en dat van anderen gaat verder.’ Carina was 18 toen ze Q-koorts kreeg. Tot op de dag van vandaag heeft ze haar studie niet voort kunnen zetten. QVS bezorgt haar naast chronische vermoeidheid ook barstende hoofdpijn, geheugen- en concentratieproblemen en buikklachten. Alle therapieën ten spijt. 

‘Ik woon in Drenthe’, vertelt Carina, ‘in de nabijheid van geitenboerderijen. Hier heb ik ongetwijfeld Q-koorts opgelopen ik had namelijk een folderwijk. De huisarts wilde er eerst niet aan. Maar mijn moeder heeft aangedrongen op een bloedonderzoek en toen bleek ik besmet. Ik was er heel erg ziek van, ik had het gevoel dat ik doodging! Heel hoge koorts, ontzettende hoofdpijn en doodmoe, alle gewrichten deden mij pijn, ik had heel veel last van nachtelijk zweten.’ De klachten gaan maar niet over. Carina, die een pauze in haar studie heeft ingelast, moet minder gaan werken om het vol te houden. ’Gelukkig waren mijn werkgever en de bedrijfsarts heel meedenkend. Eerst ben ik halve dagen gaan werken en brachten mijn ouders mij weg en haalden mij weer op. Want als ik die 15 minuten had gefietst, was ik doodop. Later kreeg ik zittend werk. Maar uiteindelijk heb ik het in 2012 helemaal op moeten geven. Het ging gewoon niet meer.’

Ik woon nog bij mijn ouders

Om van de bank af te komen, gaat Carina vrijwilligerswerk doen. ‘Tot juli 2014. Ik wilde zo graag weer naar school, dat ik allerlei open dagen heb bezocht. Maar alleen daarvan werd ik al zo moe, dat ik moest besluiten het nog niet te doen. Toen heb ik een baantje op Terschelling genomen. Ik wilde zo graag weer een nieuwe start maken! Daar ontmoette ik via mijn jobcoach een maatschappelijk werker die ook werkt voor Q- support. Waar ik nog steeds contact mee heb. Maar ook daar moest ik voortijdig stoppen. En nu woon ik dus weer thuis bij mijn ouders. Verder doe ik weer wat vrijwilligerswerk. Ik help nu op een kinderdagverblijf. Ik hoop ooit nog eens een studie in die richting op te kunnen pakken. Want sinds 2010 weet ik al dat ik die kant op wil’

Ongeduldig

Een eerste therapie in 2012 om haar conditie te verbeteren levert Carina onvoldoende op. Dus is zij een tweede therapie gestart in 2013 een soort van Cognitieve Gedragstherapie (CGT). ‘Ik voelde me daar helemaal niet begrepen. Wat ik er wel heb geleerd is mijn dag beter in te delen. Nu volg ik een beweegtherapie hier in de buurt via Q-support. Dat levert wel wat op. Maar ik ben ongeduldig. Ik ben al zo lang aan mijn conditie aan het werken, maar blijf moe. Pas ben ik naar Nijmegen gegaan voor een onderzoek voor CGT. Ik zat op de heenweg in de auto al te slapen. Soms word ik zo moe wakker, en dan moet de dag nog beginnen. Andere keren begint de dag beter, maar is het kaarsje  ‘s middags al uit. Binnenkort hoor ik of ik mee kan doen aan de CGT. Ik blijf hopen dat er iets werkt.’ 

Onbegrip

Ook voor Carina geldt dat het soms moeilijk is om uit te leggen aan je omgeving. ‘Je ziet niks aan mij. Dat maakt het lastig. Ik heb bovendien de neiging om de schijn op te houden, te doen alsof het goed gaat. Dat is een grote valkuil. Mijn vriendschappen heb ik wel gehouden. Maar samen stappen zoals vroeger is er al 6 jaar niet meer bij.’

Voeg uw reactie toe

Titel:
Uw naam(*):
Email:
Stuur mij een notificatie:
Mijn reactie(*):
Code in the picture: