Jan 12, 2018

Onderzoekers presenteren resultaten: Onderzoek naar ergotherapie en beweegprogramma


Op dinsdag 9 januari kregen Q-koortspatiënten en andere belangstellenden in het studiecentrum van Radboudumc verslag van de onderzoeken naar de effecten van ergotherapie en fysiotherapie.

Na een welkom door hoogleraar en fysiotherapeut prof. dr. Ria Nijhuis, vertelden dr. Edith Cup, ergotherapeut en onderzoeker, en hoofddocent dr. Ton Satink eerst over het onderzoek naar ergotherapie. Dat onderzoek bestond uit 3 onderdelen:

  1. Interviews met patiënten en ergotherapeuten naar hun ervaringen met ergotherapie.
  2. Een basisrichtlijn voor behandeling met ergotherapie op basis van deze ervaringen en op basis van wetenschappelijk onderzoek naar vergelijkbare ziektebeelden.
  3. Publicaties in een magazine voor ergotherapeuten en een tijdschrift voor huisartsen om zo de richtlijn bekendheid te geven.

Ergotherapeuten coachen QVS patiënten om in combinatie met de vermoeidheid zo veel mogelijk  de dagelijkse activiteiten te doen die de patiënt belangrijk vindt. De patiënt houdt de regie en leert onder begeleiding van de ergotherapeut hoe hij zo veel mogelijk zijn dagelijkse activiteiten kan blijven doen. Dat is een proces van ervaren, proberen en eventueel aanpassen op zoek naar een goede balans. De doelen van de patiënt zelf zijn daarbij steeds het uitgangspunt.

 Meerwaarde ergotherapie
Zowel patiënten als ergotherapeuten, zo bleek uit de interviews, zagen nadrukkelijk de meerwaarde van ergotherapie. Dat werd onderschreven door de reacties uit de zaal en met name van Felix Hermans, wiens ervaringen met ergotherapie eerder werden opgetekend in Quotes.2.0.  Verder merkten de patiënten in de zaal op dat ergotherapie deel uitmaakt van het basispakket en een ergotherapeut desgewenst ook aan huis komt. De presentatie van het onderzoek werd afgesloten met de officiële overhandiging van de richtlijn aan Annemieke de Groot, directeur Q-support en aan Lucelle van de Ven, van Ergotherapie Nederland, de beroepsvereniging.

Edith Cup en Ton Satink overhandigen de Richtlijn ergotherapie aan Annemieke de Groot.

Grillige ziekte

Hoe grillig Q-koorts is, bleek uit de presentatie van Lieke Sweerts en dr. Thomas Hoogeboom naar de effecten van het beweegprogramma. Ook dat onderzoek bestond uit drie onderdelen:

  1. Dossieronderzoek van patienten die hebben deelgenomen aan het beweegprogramma met onder meer de verschillende metingen.
  2. Interviews met patiënten.
  3. Een vervolgstudie waarin het effect van het beweegprogramma is onderzocht bij deelnemers die trainden in een groep en bij deelnemers die individueel werden begeleid door een fysiotherapeut.

Bij de resultaten dringt de vergelijking met Cognitieve Gedragstherapie zich op. Ook bij het beweegprogramma zijn de individuele verschillen groot. Zo boekt een klein deel van de patiënten zichtbaar vooruitgang op de looptest, terwijl anderen gelijk blijven. Ook de afname van vermoeidheid bijvoorbeeld, is verschillend voor de deelnemers. Geldt voor de één een zichtbare afname, is dat voor een ander niet het geval. Ook is er nauwelijks  verschil in effect tussen individuele deelnemers of mensen die in een groep trainden.   

Individuele verschillen
De conclusie luidt dat het beweegprogramma voor een deel van de deelnemers vooral heeft geleid tot een behoud van de conditie en bij een klein deel er zelfs sprake is van enige verbetering maar voor anderen niet. Dat gevoel werd gedeeld door de aanwezige patiënten die met hun persoonlijke verhalen deze uitkomst illustreerden. 

 Conclusie
Gezamenlijk kwamen de aanwezigen en de onderzoekers tot de conclusie dat het belangrijk is dat er een programma op maat wordt gemaakt. Dat er per patiënt wordt gekeken wat geschikt is. Het beweegprogramma, ergotherapie of een combinatie van beiden.

Bekijk hier de Ergotherapierichtlijn QVS.