14 maart 2019

Q-koorts stond weer volop in de belangstelling deze week. Vanwege het Kamerdebat van afgelopen dinsdag is er weer veel geschreven over Q-koorts.

Alle aandacht voor het thema is meer dan welkom om zo Q-koorts hoog op de agenda te houden. Het was bovendien ook zeer indrukwekkend om een groot aantal patiënten op de publieke tribune te zien om het debat bij te wonen. Indrukwekkend, belangrijk en de beslist moeite waard om als journalist verslag van te doen.

Het debat duurde lang. Persoonlijk vind ik de vele herhalingen overbodig; een punt maken kan korter. Maar dat is inherent aan ons stelsel, iedere partij mag er het zijne van vinden. In ieder geval heeft het nog niet tot een uitkomst geleid. Een aantal moties zal volgende week in stemming worden gebracht en dan wordt er meer bekend.

Ik ga geen voorschot geven op de uitkomst maar heb kritiek op de journalisten die dat wel doen. En dan ook vooral over de gevolgen daarvan. Dat wil ik uitleggen.

Zoals in alle beroepsgroepen heb je goede en minder goede journalisten. En we zien ten aanzien van  Q-koorts zeer betrokken journalisten die de zaak en de patiënten een warm hart toedragen. Laat ik als goed of misschien wel als beste voorbeeld de journalisten van het Brabants Dagblad noemen. Al eerder hebben ze een indrukwekkende bijlage gemaakt met portretten van overleden patiënten en  afgelopen week nog een drieluik van jongeren met Q-koorts. Het was een sterk artikel en het zijn allemaal verhalen die uit het hart zijn gegrepen.

En dan komt er toch een grote ‘maar’. Niet iedere journalist is even zorgvuldig en schrijft zaken die onvolledig zijn of ver bezijden de waarheid. Ik beperk me in dit geval natuurlijk tot de Q-koorts omdat ik dit niet wil veralgemeniseren.

Ik sloeg vanochtend een krant open waarin ik de kop aantrof ”Ook geld voor late gevallen Q-koorts”. Vervolgens moest ik het artikel twee maal lezen om tot de conclusie te komen dat het een beetje klopte met hoe het tijdens het debat besproken is. Een beetje. Maar de kop alleen geeft al verwarring genoeg.

Tijdens het debat werd aan de minister gevraagd of de chronische patiënten die nog gevonden gaan worden tijdens de landelijke screening ook in aanmerking komen voor de regeling. Het betreft dus patiënten die niet weten dat zij de nog levende bacterie bij zich dragen: een specifieke groep. De minister zegde toe dat deze mensen een aanvraag in konden dienen en dat een medische commissie er dan naar gaat kijken.

De inhoudelijke discussie komt volgende week aan de orde, maar zo’n kop brengt ondertussen wel wat teweeg. Mensen die gaan bellen omdat ze tot de groep behoren die buiten de gestelde termijn van het gebaar vallen omdat ze daarvoor of daarna  gediagnosticeerd zijn en denken dat het al geregeld is. En dat neem ik ze met zo’n krantenkop ook niet kwalijk.

In een aantal gevallen blijven dergelijke ongenuanceerde koppen en berichten met een inhoud die, laten we het voorzichtig zeggen, niet helemaal volledig is de Q-koortspatiënt lang achtervolgen. Ik heb eerder eens een ingezonden brief gewijd aan het feit dat het oude getal van 25 overleden patiënten hardnekkig gehanteerd bleef worden. En ik vergeet ook niet snel meer de krantenkop die na afronding van de Q-urestudy gepubliceerd werd. “Q-koorts is te genezen”, stond daar.

De gevolgen daarvan zijn vaak ingrijpender dan dat de journalist zich realiseert. Zo’n kop dat Q-koorts te genezen is, blijft hangen en gaat een eigen leven leiden. Met alle nare gevolgen van dien.

En dan kom ik weer terug op de kop die ik vanochtend aantrof. En mijn zus die me vervolgens belde uit het zuiden des lands. Ook zij had ”het grote nieuws” gelezen. Een vage kop wordt tot waarheid verheven. Volgende week weten we wat er echt wordt besloten door de Kamer.