19 september 2019

De zorg voor Q-koortspatiënten staat als altijd centraal. Het is onze kerntaak. En vanuit die kerntaak geredeneerd kunnen we veel hiaten in het zorgaanbod signaleren maar zien we ook waar het wél goed gaat. Dat vind ik de kracht van ons werk.

We gaan uit van de dagelijkse praktijk: wat heeft de patiënt nodig? Waar is hij of zij direct mee geholpen? Dat is dat luisterend oor, die helpende hand; het samen zoeken naar de best mogelijke oplossing. Maar ons werk heeft ook een minder zichtbare kant maar daarom niet minder belangrijk. Waar is die patiënt nog meer mee geholpen? Wat kunnen we als Q-support nog meer doen om dat zorglandschap te verbeteren? En te zorgen dat de patiënt geen last heeft van onwetende professionals, van wet – en regelgeving die nèt niet passend is?

Bij het schrijven van dit blog bedacht ik dat mijn agenda de afgelopen tijd gevuld was met allerlei zaken die niet direct zichtbaar zijn voor u als patiënt, maar hopelijk in de toekomst wel het verschil kunnen gaan maken.

Zo hebben we nog eens intensief doorgepraat over de nieuwe opzet van de training “Chronische Q-koorts en QVS; hoe ga ik ermee om?”. In een eerder gesprek met de trainers en co-trainers hebben we geïnventariseerd welke aanpassingen nodig zijn. Dit krijgt nu een concreet vervolg.  Om maar eens een tipje van de sluier op te lichten; de training krijgt een nieuwe naam: ”Omgaan met Q-koorts”. Er wordt meer nuttige informatie toegevoegd over Q-koorts en de training wordt op onderdelen aangepast of ingekort. Binnenkort starten twee groepen die de nieuwe training als pilot gaan uitproberen. Aanmelden hiervoor is niet meer mogelijk, maar na deze pilot zal er zeker een vervolgtraining komen. Daarna zullen we het initiatief nemen om een soort van opfriscursus te ontwikkelen. Daar blijkt veel vraag naar.

Een ander belangrijk thema dat deze week aan de orde kwam: de (na) scholing van professionals. Er is veel vraag naar scholingsbijeenkomsten en Alfons Olde Loohuis geeft op verzoek veel presentaties in het hele land. Onze wens is meer te gaan kijken naar structurele scholing voor professionals. We hebben onlangs een mooie brainstormsessie gehad waarin gekeken is naar het creëren van een digitale leeromgeving voor professionals over zoönosen of infectieziekten, waaronder Q-koorts. Het grote voordeel daarvan is, dat professionals, huisartsen, verzekeringsartsen, bedrijfsartsen en specialisten geaccrediteerd en digitaal een nascholing kunnen volgen. Er zijn al prachtige voorbeelden; we hoeven het wiel dus niet opnieuw uit te vinden. Het zou een grote stap voorwaarts zijn in het permanent borgen van kennis over een ziekte als Q-koorts. Het krijgt een vervolg, we gaan met een bredere groep mensen kijken naar de opzet van een dergelijk digitaal platform.

Nog een belangrijk moment: de bespreking over het vervolg van de kwaliteitsstandaard multidisciplinaire zorg. Met de nieuwe LCI -richtlijn als basis zal een nieuwe handleiding verschijnen voor fysiotherapie, ergotherapie en revalidatiezorg.

En wat dit allemaal voor u als patiënt betekent? Dat het allemaal stapjes zijn om de zorg rondom Q-koorts te verbeteren. Het is een weg van lange adem maar iedere keer worden er stapjes gezet.