30 juli 2020

Afgelopen week heb ik uitvoerig uitleg gegeven over fysiotherapie en Q-koorts. Met name over de geldende regels en wat Q-support tot nu toe heeft gedaan.
De discussie ontstond en wordt nog steeds gevoerd over hoe het kan dat covidpatiënten nu tijdelijk wel een vergoeding krijgen voor fysiotherapie en de Q-koortspatiënten niet. Ik ga daar uiteraard niet over, maar ik denk dat men geleerd heeft van Q-koorts of andere infectieziekten. Dat direct goede behandeling meer oplevert dan lang niets of onvoldoende doen waardoor de conditie er zeker niet beter op wordt. Dat is heel zuur voor degenen die dat toen niet kregen, dat is fijn voor degenen die het wel krijgen.

In deze discussie moeten er wel twee zaken onderscheiden worden. De kortdurende revalidatiezorg die nu vergoed gaat worden, versus de langdurige fysiotherapie die voor een beperkte groep nodig zal zijn op den duur. Ook voor de covidpatiënten is het ongewis wat de ziekte op langere termijn gaat doen. Gaan de vraagstukken van de Q-koortspatiënten nu dan ook bij hen spelen? Of niet. Wie zal het zeggen?
Ik heb vorige week al tekst en uitleg gegeven over de vergoedingen, nu wat meer over een belangrijk instrument dat kan leiden tot vergoedingen: een kwaliteitsstandaard of een richtlijn. Tijdens de eerste fase van Q-support hebben we met een aantal beroepsgroepen en patiënten een Kwaliteitsstandaard multidisciplinaire zorg ontwikkeld. Dat is een soort van richtlijn waarin een aantal interventies beschreven worden die helpend kunnen zijn, een soort van richtlijn voor zorgprofessionals. We hebben deze Kwaliteitsstandaard bij afronding van de eerste fase van Q-support aangeboden ter beoordeling aan het ZIN, het Zorginstituut Nederland. Zij zijn het instituut dat beoordeelt of een dergelijke standaard voldoet aan wet -en regelgeving en dus in aanmerking komt voor een vergoeding.
De eerste kwaliteitstandaard werd nog als onvoldoende beoordeeld om een paar redenen. Allereerst was de training ”Omgaan met Q-koorts” opgenomen in de standaard en dat vond men een vreemde eend bij de meer (para)medische interventies. Daarnaast, het belangrijkste argument, is dat de evidence, het bewijs dat een interventie aantoonbaar helpt, onvoldoende was. Ten aanzien van Q-koorts zal dit steeds weer een punt van aandacht blijven. De doelgroep is relatief klein. Er wordt minder onderzoek uitgevoerd en het gaat niet over grote getallen.
Langzaam zien we ontwikkelingen die positief zijn te noemen. De nieuwe LCI-richtlijn QVS is verschenen. Deze heeft voldoende basis geboden voor een vervolg op de eerdere kwaliteitsstandaard. Om die reden heeft Q-support afgelopen jaar een handreiking multidisciplinaire zorg laten ontwikkelen met opnieuw zorgprofessionals en patiënten. Deze ligt nu ter beoordeling voor aan een aantal koepelorganisaties en vervolgens zullen we deze opnieuw aan gaan bieden aan het ZIN. Wordt vervolgd dus.
Dit was een vrij technisch verhaal met een nog onzekere uitkomst. Het feit blijft dat een lange adem nodig is om erkenning te krijgen voor de lange termijngevolgen van een ziekte als Q-koorts.