31 oktober 2019

Het team van Q-support bestaat uit betrokken en gedreven mensen. Daar ben ik heel erg trots op. Iedereen heeft zijn of haar eigen specifieke taak, is deskundige pur sang en gezamenlijk zorgen we ervoor dat de machine zo optimaal mogelijk loopt. Zonder anderen tekort te willen doen wil ik deze week onze medisch adviseurs in de schijnwerpers zetten vanwege de veelzijdigheid van al hun werkzaamheden en om u een inkijkje te geven wat er verder nog allemaal speelt, naast de patiëntenbegeleiding.

De meesten onder u kennen Alfons Olde Loohuis en Eva Hartman. Beiden huisarts en medisch adviseur voor Q-support en deskundig op het gebied van Q-koorts. Zij hebben al heel veel patiënten kunnen adviseren. Het wordt door veel patiënten als heel waardevol gezien dat ruim de tijd wordt genomen om eens heel goed naar hun medische situatie te kijken. Zijn mijn klachten Q-koorts gerelateerd? Welke stappen zou ik nog kunnen nemen?

De rol van Alfons en Eva is een bijzondere. Ze zijn, zoals het woord zegt, ‘adviseur’ en geen behandelaar. Ze gaan niet op de stoel van een huisarts of specialist zitten. Ze vervullen vooral een verbindende rol, voegen kennis toe waar die ontbreekt en vullen op die manier leemtes in die er zijn op het gebied van Q-koorts.

Het zien van Q-koortspatiënten is maar één onderdeel van het werk van onze medisch adviseurs. Achter de schermen gebeurt er zo veel meer dat aan het zicht van de Q-koortspatiënten is onttrokken. Zo zaten we afgelopen maandagavond bijeen met een groep fysiotherapeuten  die het beweegprogramma begeleiden. Alfons heeft een korte bijscholing gegeven en gezamenlijk hebben we gekeken naar waar Q-support deze groep zorgaanbieders kan ondersteunen en versterken.

Nog zo’n waardevol moment is de discussie die we hebben gevoerd over het formuleren van een onderzoeksagenda, specifiek met betrekking tot Q-koorts. Dit is een weg van wat langere adem, ik stip het aan omdat ook bij dergelijke overleggen de medische expertise onontbeerlijk is.

Nog zo’n moment dat nu niet zichtbaar is, maar wel zoden aan de dijk zet voor de toekomst is het feit dat Alfons en Eva een aantal malen per jaar met huisartsen in opleiding aan de slag gaan met de ‘one health game’. Daar wordt een fictieve uitbraak nagespeeld. Praktijk en theorie worden met elkaar verbonden en Q-koorts als voorbeeld ingebracht. Deze week was het weer zover. Het feit dat je in één keer 400  huisartsen in opleiding bereikt is natuurlijk een mooie stap in het meer bekendheid geven aan de Q-koorts. Bovendien verzorgt Alfons vrijwel wekelijks (na)scholingen over zoönosen. Honderden heeft hij er inmiddels gegeven in heel Nederland en daarmee duizenden medici en met name huisartsen bereikt. 

De Q-koortsepidemie is ook in het buitenland niet onopgemerkt gebleven. Een groep buitenlandse studenten doet de komende week het Noord-Brabantse provinciehuis aan en ook daar zal Alfons zijn opwachting maken om hen meer te vertellen over Q-koorts en de gevolgen ervan.

De medisch adviseurs pakken taken op die niet zomaar belegd kunnen worden in het reguliere systeem. Zoals al onze mensen uit het team dat doen. We vervullen een taak die bestaat uit het verbinden, het zorgen dat er samengewerkt wordt, we voegen kennis toe waar die niet vanzelfsprekend aanwezig is. In dit geval voor Q-koortspatiënten, maar ik denk dat onze werkwijze voor meer ziekten zou kunnen gelden. Een onbekende ziekte laat zich vaak niet in een hokje plaatsen.