4 juli 2019

Deze week staat in het teken van een koerswijziging. Q-support heeft een eerste evaluatie opgesteld en onze conclusie was om een koerswijziging in gang te zetten. De kern van die koerswijziging is één loket in plaats van 160 gemeentelijke loketten. En we laten de term ‘overdracht’ los en zetten die om naar ‘informeren en samenwerken’.

Ik kan me voorstellen dat deze koerswijziging aan de ene kant een bevestiging is wat mensen in de praktijk al gezien hebben, maar dat het ook een stap is die vragen op kan roepen. Want wat betekent dit voor de betrokkenheid van de gemeenten? En de inspanningen die er reeds plaats hebben gevonden? Gaan we weer terug naar de werkwijze van Q-support 1.0? Ik wil in het kort vast de eerste antwoorden proberen te geven.

Om te beginnen met het laatste: nee, we gaan niet per definitie terug naar de werkwijze die we volgden in Q-support 1.0. Gedurende de eerste fase stond het opsporen, bereiken en het verlenen van de eerst noodzakelijke hulp centraal. Het ontwikkelen van nieuwe producten en onderzoeken laten uitvoeren. In de tweede fase stonden gemeenten centraal en dat blijft zo. We hebben gelukkig pareltjes van samenwerkingen gezien en een aantal gemeenten deed en doet enorm hun best voor onze doelgroep. Daar zijn wij en de patiënten blij mee en dat wordt gekoesterd. En we gaan onverminderd voort om daar waar nodig en mogelijk de samenwerkingen met alle partijen aan te gaan. Dus blijven we gesprekken met patiënten en gemeenten voeren en daarin zoeken we gezamenlijk naar de beste oplossingen.

Wat we tegelijkertijd ook zagen was de worsteling waarmee gemeenten geconfronteerd werden. Ondanks vaak de goede wil waren ze niet in staat om de Q-koortspatiënten bij te staan bij de diversiteit aan vragen die zich aandienden. De kracht van de werkwijze van Q-support heeft altijd gelegen in het feit dat we in staat zijn om als regisseur te fungeren over alle domeinen. Het domein van werk & inkomen, het medische domein en het sociale domein. Gemeenten kunnen zich met name ten aanzien van dat laatste domein inspannen maar het is voor hen vaak moeilijk, zo niet onmogelijk om regie te voeren over al die andere leefgebieden die beïnvloed worden door de Q-koorts. Op die gebieden blijft Q-support een rol spelen.

Er pleit nu dus veel voor dat ene loket voor de bestaansduur van Q-support. Om de zorg zo efficiënt en effectief mogelijk te houden maar ook omdat een gelijke behandeling van patiënten voor te staan. Daar waar de ene patiënt alle medewerking krijgt in zijn of haar gemeente is de andere patiënt in een andere gemeente een roepende in de woestijn.

Q-support zal dus dat ene loket blijven gedurende haar bestaan en nadrukkelijk gemeenten en alle zorgaanbieders  blijven betrekken bij die taak. En met partijen naar de toekomst kijken aan de hand van de huidige ervaringen. Samen kijken hoe de toekomstige zorg goed geborgd kan worden. Dat is geen pleidooi voor het voortbestaan de eigen organisatie, wel voor het zorgvuldig kijken naar wat er nodig zal blijven. Mede in relatie met ontwikkelingen die ook gaan komen. Nieuwe uitbraken van zoönose, infectieziekten. Zorg voor patiënten nadat ze besmet zijn met een zoönose is nog steeds geen vanzelfsprekendheid en dat blijft een aandachtspunt in dit land.