Opsporing chronische Q-koortspatiënten

Het RIVM heeft onderzoek gedaan naar de opsporing van chronische Q-koortspatiënten. Ook is de kosteneffectiviteit van deze screening nader onderzocht. Op basis van dit onderzoek heeft het RIVM vandaag een advies aan de minister uitgebracht.

Chronische Q-koorts

Ongeveer 2% van de patiënten die acute Q-koorts doormaken, ontwikkelt chronische Q-koorts. Patiënten met bepaalde hartafwijkingen of vaataandoeningen én immuungecompromitteerde patiënten lopen een verhoogd risico. Chronische Q-koorts is een ernstig ziektebeeld met potentieel levensbedreigende complicaties en een hoog overlijdensrisico. Het opsporen van patiënten met chronische Q-koorts kan daarom een significante individuele gezondheidswinst opleveren.

Van alle geregistreerde chronische Q-koortspatiënten (573) heeft 42% (240) complicaties ontwikkeld. In totaal zijn 204 patiënten (36%) inmiddels overleden. Bij 100 van deze patiënten (49%) is de overlijdensoorzaak (waarschijnlijk) te relateren aan chronische Q-koorts.

Via huisartspraktijken is geprobeerd meer chronische Q-koortspatiënten op te sporen. Dit bleek lastiger dan aanvankelijk gedacht. Uiteindelijk is bij een zeer klein gedeelte (0,5 %) van de onderzochte patiënten, aanwijzingen gevonden voor chronische Q-koorts. Na klinisch onderzoek van deze 9 patiënten bleken er 4 te voldoen aan de criteria van chronische Q-koorts. Geen van deze patiënten had een hartklepaandoening. Er bleken grote regionale verschillen.

Advies

Het RIVM adviseert te kiezen voor een haardgerichte opsporing van chronische Q-koortspatiënten binnen hoogrisicogroepen, te weten patiënten met hart- en vaatziekten (exclusief patiënten met hartklepaandoeningen) én immuungecompromitteerde personen. De opsporing is bewezen kosteneffectief voor de selectie hoogrisicopatiënten met hart- en vaatziekten. Voor  immuungecompromitteerde patiënten is de kosteneffectiviteit lager en zijn de schattingen minder nauwkeurig.

Het RIVM adviseert de screening onderdeel te maken van de reguliere huisartsenzorg binnen de huisartsenpraktijken in de hoogrisicohaarden. Belangrijk is om meer bewustzijn te creëren bij huisartsen over het risico op chronische Q-koorts bij bepaalde risicogroepen. Ook zouden de mogelijkheden onderzocht kunnen worden om de opsporing in te richten als een zorgstraat, met behulp van de
ervaringen van het Radboudumc en Q-support.

Lees de kamerbrief