Blog

Annemieke de Groot geeft u een persoonlijk inkijkje in de werkzaamheden van Q-support

26 februari 2019

Afgelopen weken is veel tijd besteed aan het samenstellen van een eerste evaluatie die inmiddels het daglicht heeft gezien. Hierin beschrijven we het werk van Q-support en de ervaringen die opgedaan zijn vanaf 1 mei 2017. Als lezer zult u hierover ook geïnformeerd worden. Maar eerst zal een klankbordgroep haar gedachten over de rapportage laten gaan. Daarna zal de Raad van Toezicht aan het woord worden gelaten over de bevindingen tot nu toe.  En vervolgens wordt de evaluatie aangeboden aan het ministerie van VWS.

Het gaat voor nu te ver om hier al een eerste evaluatie te delen die immers nog in- en extern verder besproken moet worden. Maar een heel belangrijk element wil ik deze week wel aan de orde stellen. Voor Q-support is in de tweede fase iets wezenlijks veranderd dat niet altijd even zichtbaar is, maar wel essentieel.

Gedurende de eerste fase, Q-support 1.0 was het een hoofdtaak van de stichting om zelf te adviseren, te begeleiden en onderzoek uit te zetten. Dat heeft slagkracht en onafhankelijkheid gegeven. Het zelf inrichten van hoe je zaken aanpakt, zelf methoden kiezen in hoe patiënten te betrekken bij het geheel en zelf de grenzen van de mogelijkheden verkennen binnen de contouren van de opdracht.

De opdracht van Q-support 2.0 is wezenlijk anders. In plaats van zaken zelf op te pakken worden we geacht anderen te mobiliseren. Of het nu gemeenten of onderzoekers zijn: we moeten het werk aan hen overlaten en voortaan niet meer zelf oppakken. Dit heet met een mooie term het ‘borgen binnen de reguliere werkzaamheden’ oftewel: Q-support 2.0 pakt de zaken niet meer zelf op maar zorgt ervoor dat de professionals in staat zijn om dit te doen door ze te helpen met kennis en kunde. 

Heel concreet betekent dit dat Q-support 2.0 op veel meer afstand staat en in moet boeten op daadkracht. Niet zelf meer doen maar partijen overhalen het goede te doen en hun rol te pakken. Overhalen door te overtuigen, te vragen, het belang aan te tonen. Een opdracht zonder dat je de betrokken partij kunt verplichten tot iets. 

Het feit dat ik dit nogmaals aan de orde stel is dat ik constateer dat niet alleen de nieuwe taak op zich weerbarstig is, maar dat het in de volle breedte voor alle betrokkenen soms ook moeilijk is om het onderscheid tussen Q-support 1.0 en 2.0 te zien, te ervaren en te accepteren. 

Dat geldt voor alle betrokkenen. Voor patiënten, voor professionals die veelal niet goed raad weten met een voor hen nieuwe taak maar ook voor mezelf en het team van Q-support. Ook wij moeten wennen aan een rol waarbij we, anders dan eerst, nu anderen moeten overtuigen van de noodzaak om Q-koortspatiënten goede zorg te verlenen. 

Misschien is dat wel één van de belangrijkste conclusies wanneer ik de eerste fase van Q-support 2.0 de revue laat passeren. Het afgelopen jaar heeft vooral in het teken gestaan van die veranderende rollen. Van het handelen ernaar, van het accepteren dat taken en verantwoordelijkheden elders zijn komen liggen, van het bijstellen van verwachtingen. En dat is zeker geen vanzelfsprekendheid geweest en dat is het nog niet. 

Wat het team van Q-support betreft is het zeker ook zoeken naar een balans tussen de twee fasen. We hebben onszelf geplaatst gezien voor dilemma’s die we niet altijd voorzien hadden. Want hoe te handelen wanneer patiënten weer verdwalen in dat zorglandschap? Moeten we dan ‘nee’ verkopen? En wat te doen met 150 nieuwe aanmeldingen? Rechtstreeks doorverwijzen naar de gemeente van herkomst? 

We hebben heel pragmatisch gezocht naar de best mogelijke oplossingen. Nieuwe patiënten niet laten zwemmen maar wel proberen hen zo snel mogelijk over te dragen. Met hernieuwde moed opnieuw met een gemeente in gesprek wanneer zaken niet lopen als verwacht. Hen aanbieden om te ondersteunen waar nodig en mogelijk. Het bouwen aan een Q-koortsNet om in de toekomst toch een soort van verbindende schakel te creëren. 

De keerzijde van dat pragmatisch zoeken naar oplossingen is dat we nog te veel in de Q-support 1.0 modus zitten en dat patiënten ook zaken van ons blijven verwachten die we op den duur niet waar kunnen maken. Een spagaat waar we voorlopig nog niet uit zijn. 

 

<<< vorige blog home