Blog

Annemieke de Groot geeft u een persoonlijk inkijkje in de werkzaamheden van Q-support

7 maart 2019

Deze week wil ik wat nader ingaan op het Multidisciplinair Overleg oftewel afgekort het MDO. In de eerste fase was dit reeds een beproefde manier om complexe problemen met diverse disciplines te bespreken. In de tweede fase van Q-support willen we dit nog beter en efficiënter in gaan richten om de zorg voor patiënten goed te organiseren. En om een goede methode na te laten als erfenis voor de toekomst.

Hoe ziet nu zo’n MDO er uit? Meer algemeen is het een overleg met diverse professionals in aanwezigheid van de patiënt en in overleg met de patiënt. Afspraken worden gemaakt over het te volgen traject, over stappen die genomen dienen te worden.

Inhoudelijk is ieder MDO anders. De samenstelling van het team is afhankelijk van de vraagstelling. De vragen die spelen kunnen alle leefgebieden betreffen. Medisch, maar ook arbeidsrechtelijk of ten aanzien van de Wmo. Afhankelijk van de vragen wordt het team samengesteld.

Het spreekt voor zich dat een MDO niet zomaar georganiseerd wordt. Zaken die zo geregeld kunnen worden, hoeven niet in zo’n zwaardere setting aan de orde te komen. Maar wel bij complexe problemen, als diverse disciplines zaken goed af moeten spreken, waarin de volgorde waarin iets ondernomen moet worden van groot belang is of waarbij de patiënt met de diverse behandelaren het traject moet bespreken. Het zijn allemaal momenten waarbij het van belang is dat meerdere professionals en de patiënt in overleg te gaan.

We hebben de afgelopen fase al wat voorzichtige goede voorbeelden gezien van een MDO nieuwe stijl. Ik zeg ‘voorzichtig‘ omdat de uitkomsten weliswaar iedere keer weer verrassend zijn en hoopvol stemmen, maar we tegelijktijdig zien we dat deze manier van werken nog niet vanzelfsprekend is voor de diverse professionals. De organisatie van de MDO vraagt tijd en overredingskracht. Over de schotten heen kijken en samen een behandelplan opstellen is nog niet gebruikelijk maar wel vaak noodzakelijk. In een aantal gevallen is het belangrijk dat een fysiotherapeut gaat overleggen met de ergotherapeut om te bespreken welke behandeling op welk moment ingezet gaat worden. En is het belangrijk dat de vaatchirurg in overleg gaat met de internist of hartspecialist bij het opstellen van een behandelplan. Een huisarts wil graag goede zorg dicht bij huis organiseren en is op zoek naar deskundige zorgpartners hiervoor.

We hebben als proef ook een MDO in een gemeente gehouden. Dat was om verheldering van de vragen van de patiënt te krijgen maar ook om de betrokken partijen te laten ervaren hoe complex problemen kunnen zijn. En het liet zien dat het van groot belang is om samen even aan tafel te gaan zitten om concrete afspraken te maken in de juiste volgorde.

Een MDO is geen vanzelfsprekendheid voor professionals. Ze moeten er tijd en energie in willen en kunnen steken. Met name dat laatste wil ik speciaal benoemen. Het is vaak geen onwil dat er geen tijd ingeruimd wordt voor overleg. De gezondheidszorg is zo strak ingericht dat volle spreekuren en behandelschema’s leidend zijn. Vergoedingen voor een MDO, iets dat Q-support eerder faciliteerde, zijn niet ingebouwd in ons zorgsysteem. Dat is heel erg dubbel. Enerzijds lijken die extra uren voor overleg geld te kosten, anderzijds bespaart het heel veel geld. Maar dat laatste is niet of niet goed aan te tonen. Met enig gezond verstand kun je beredeneren dat het veel geld kost wanneer een patiënt van A naar B naar C gaat. Bij iedere partij een andere vraag neerlegt. Van behandeling tot fysiotherapie, van begeleiding bij zijn werkgever tot de aanvraag voor huishoudelijke hulp. Wanneer partijen samen aan tafel gaan kunnen die vragen en problemen in één keer opgepakt worden en in de juiste volgorde.

 

<<< vorige bloghome