Blog

Annemieke de Groot geeft u een persoonlijk inkijkje in de werkzaamheden van Q-support

9 mei 2019

Afgelopen week zijn er voor mij om verschillende redenen drie gesprekken uitgesprongen. Allereerst een heel waardevol en prettig  gesprek met een afvaardiging van de patiëntenraad van Q-uestion. Een aantal zaken uit het hier en nu kwamen aan de orde maar ook de vraag van ‘wat wordt waar belegd wanneer Q-support ophoudt te bestaan?’ is verkend. Oriënterend en zoekend, want er is niet zomaar een antwoord te geven op de vragen die voorliggen. Nu werken we samen, weten wie zich met wat bezighoudt maar op welke manier gaat dat in de toekomst vormgegeven worden? We hebben besloten om in het najaar opnieuw het gesprek aan te gaan om het wat concreter te maken. 

Een ander gesprek was een open gesprek met een  aantal mensen uit de Radboud. Voor ons allen had dit tot doel om nog eens breed naar de zorg te kijken die relevant is voor de Q-koortspatiënt. In de spreekkamer van de arts worden zaken besproken maar er spelen ten gevolge van de ziekte ook allerlei zaken bij die patiënt waar de arts geen weet van heeft. Niet hoeft te weten, niet kan weten, maar vaak heeft het één wel invloed op het ander. We hebben nog eens goed gekeken wat we, ieder vanuit onze eigen verantwoordelijkheid, kunnen ondernemen om de samenwerking rondom de patiënt zo goed mogelijk op te pakken. Thema’s die we oppakken zijn de verbinding Q-koorts en werk en het scholen van de zorgspecialisten. 

Een derde gesprek was met mijn eigen team. Eén maal per maand laten we een aantal zaken de revue passeren en we zijn nu wat intensiever ingegaan op de huidige status quo. Wat we gaande weg zien is dat er wat verwarrende beelden ontstaan over wie we zijn en wat we doen. In Q-support 1.0 was het duidelijk. Mensen konden rechtstreeks bij ons terecht voor advies en begeleiding. Met de huidige aangepaste opdracht dienen we gemeenten in stelling te brengen. En dat doen we ook. Waarmee vervolgens bij een aantal mensen het beeld ontstaat dat we, om het maar eens zwart wit te stellen, nu niets meer doen voor de patiënt. Ik zeg dat wat stellig omdat ik van dichtbij zie wat de mensen van mijn team allemaal wèl doen voor individuele patiënten.  In samenspraak met gemeenten, los van gemeenten die weigerachtig zijn of onvoldoende mogelijkheden hebben, ze laveren overal doorheen. En nog dagelijks worden specialisten ingezet waar nodig en mogelijk. 

Wanneer is het goed? Dat is de vraag die afgelopen jaar regelmatig aan de orde kwam. Gedurende de eerste fase van Q-support hebben we maatwerk geboden en dat is niet gebruikelijk in de zorg. Nu is onze opdracht om onze norm aan te passen aan de reguliere norm en wordt gaandeweg pijnlijk duidelijk wat dit betekent.  Dat maakt dat de vraag steeds dringender wordt: wat is nu precies goede zorg? Wat houden we aan als ‘De Norm’? Is die norm wat verwacht wordt of mogen we die reguliere werkwijze ook wel eens ter discussie stellen? 

Waar we in dat kader over gesproken hebben is het woord ‘pamperen’ dat nogal eens wordt gebruikt. Want het gevaar bestaat dat goede zorg gezien wordt als pamperen. Ik citeer een Q-koortsadviseur. “We gaan naast de patiënt lopen, we wijzen de weg en doen dan weer een stapje terug, elke patiënt is anders, het blijft maatwerk en bij iedereen gaan we onbevangen het traject in.  Maar ik neem het niet van de patiënt over”. Wat ik daar aan toe wil voegen is dat ik en al onze mensen dienstbaarheid en klantvriendelijkheid hoog in het vaandel wil hebben en houden. Is dat pamperen?

Kortom, het was een brede discussie over hoe wij met mensen om willen gaan en dat dit in deze warrige tijden soms niet even goed zichtbaar is. Om die reden hebben we besloten dat de Q-koortsadviseurs de komende weken het stokje even overnemen bij dit blog. Zij gaan aan de hand van concrete vragen en casussen wat meer vertellen over wat ze doen en waar ze het verschil kunnen maken. Want met onze norm over goede zorg kunnen we dat verschil maken. Om erger leed te voorkomen. Voor de individuele mensen zelf maar ook voor de maatschappij. Want ik ben er dagelijks van overtuigd dat we door onze investeringen heel veel leed èn maatschappelijke kosten besparen.  

 

<<< vorige blog home