Blog

Annemieke de Groot geeft u een persoonlijk inkijkje in de werkzaamheden van Q-support

28 november 2018

Afgelopen week schreef ik over de aanstaande lancering van het Q-koortsNet. Tijd vliegt; inmiddels kan ik alweer terugkijken op een geslaagde avond. 

Het Q-koortsNet is dinsdag gepresenteerd in het Radboudumc. Die plaats was symbolisch gekozen om aan te geven dat de verbinding tussen de medische gezondheidszorg en alle andere leefgebieden centraal staat in de aanpak. Een patiënt komt bij de dokter, de diagnose wordt gesteld, maar dan is het vervolgens van groot belang om ook te kijken wat dit nu betekent voor andere leefgebieden. Wat betekent dit voor het werk? Wat betekent dit voor een thuissituatie? Is er extra huishoudelijke hulp nodig of is een goede fysiotherapeut nodig? Al die leefgebieden aan elkaar verbinden, zorg op maat is en blijft het credo van Q-support en dat willen we ook tot uiting brengen in het Q-koortsNet. 

Ik heb in de gesprekken later op de avond meerdere keren gezegd ‘dat het echte werk nu kan beginnen’. Dat leverde terecht een puntje van kritiek op. Het werk begint niet, we gaan met volle kracht door en vervolgen ons pad dat al jaren geleden ingeslagen is. Met het Q-koortsNet gaan we die werkwijze wel nog beter regisseren en borgen. 

Het Q-koortsNet is niet alleen een website. Nu nog ‘under construction’ oftewel: we zijn druk doende om de pagina’s te vullen. Maar over afzienbare tijd hebben we een hopelijk levendige omgeving waar patiënten en zorgaanbieders  elkaar ontmoeten, waar afspraken gemaakt kunnen worden en waar we in een veilige omgeving gegevens kunnen delen. 

Het doel is om goede deskundige zorg dicht bij huis te krijgen. De patiënt uit Leeuwarden kan misschien eenmalig naar het expertisecentrum in Nijmegen komen, maar daarna gunnen wij hem of haar toch die fysiotherapeut of ergotherapeut dicht bij huis, willen we graag dat de huisarts ook een plaats heeft waar hij of zij informatie kan halen. Het doel is ook om te voorkomen dat patiënten van het kastje naar de muur worden gestuurd. Een deskundige professional ontmoeten is het ultieme doel, van arts tot gemeentelijk vertegenwoordiger, van verzekeringsarts tot psychotherapeut. 

In mijn inleiding heb ik vooral gewezen op het feit dat het netwerk geen statisch geheel is. Het is geen pagina op het web, al diegenen die zich in willen zetten voor de patiënt en de patiënt zelf ZIJN het netwerk. Niet alleen de artsen, paramedici, ook de professionals van de gemeenten of de ervaringsdeskundige die als maatje meegaat naar een gesprek. We willen hen aan elkaar verbinden om breed te kijken naar de gevolgen van Q-koorts. 

Om te bouwen aan het netwerk gaan we de komende tijd een aantal stappen nemen. 

Allereerst wordt u als patiënt na 5 december benaderd voor uw medewerking aan een onderzoek dat, met de hulp van CZ, door het Erasmusumc uitgevoerd wordt onder leiding van Madelon Bronner. Onder de patiënten zal breed geïnventariseerd worden over met name de zorg die zij tot nu toe gekregen hebben en waar zij behoefte aan hebben. Met die basiskennis gaan de onderzoekers verder en gaan zij in vervolgronden de gesprekken aan met de professionals. Het uiteindelijke doel van het onderzoek is om breed in kaart te krijgen hoe het huidige netwerk eruit ziet en wat er nog aan ontbreekt. 

Een tweede stap is dat recent een projectleider is aangesteld die een verdergaande samenwerking in het netwerk verder organisatorisch vorm gaat geven. Want wanneer we bijvoorbeeld samen willen gaan werken met de Radboud dan moet dat in concrete stappen georganiseerd gaan worden. Het netwerk moet over 2,5 jaar, na Q-support 2.0, kunnen blijven bestaan. Dan is een goed businessmodel een vereiste, zodat het ook financieel haalbaar is. 

Een belangrijk instrument voor het verbinden van patiënten en zorgaanbieders zal het ‘Online zorgplan’ worden. Een veilige omgeving waar de patiënt gekoppeld kan worden aan relevant zorgaanbieders. Waarin we overleggen kunnen organiseren en zo nodig dossiers kunnen delen. 

Last but nog least is het van groot belang om een goed geschoold netwerk te krijgen. Niet iedere fysiotherapeut kan stellen dat hij of zij kennis heeft van de Q-koorts. Niet iedere kinderarts begrijpt de gevolgen van Q-koorts. Gemeentelijke professionals dienen te beschikken over basale kennis van de ziekte. Scholingsprogramma’s zijn nodig dus. 

Kortom: Er is nog veel werk aan de winkel!

 

<<< vorige blog home