Blog

Annemieke de Groot geeft u een persoonlijk inkijkje in de werkzaamheden van Q-support

22 augustus 2018

Allereerst wil ik deze week starten waar ik vorige week mee eindigde: de aankomende Q-tour. Inmiddels heeft u de uitnodiging ontvangen om u aan te melden voor één van de vijf bijeenkomsten door het land. Q-support en Q-uestion trekken hier samen in op en de medische achtergrondinformatie zal als altijd door Alfons Olde Loohuis gegeven worden. We hebben inmiddels al een groot aantal aanmeldingen binnen maar voor degenen die dit nog niet gedaan hebben: meldt u zich alsnog aan? Dan kunnen wij daar rekening mee houden voor de verdere organisatie.

Een ander thema dat ik deze week aan de orde wil stellen is de Kwaliteitsstandaard Multidisciplinaire Zorg. Het is een poosje stil geweest rondom deze standaard en ik wil allereerst met u terugkijken naar het ontstaan ervan.

Bij aanvang van de eerste projectperiode van Q-support was de conclusie snel getrokken dat er - behalve de LCI-richtlijn- weinig standaarden en richtlijnen waren die zorg voor Q-koortspatiënten beschreven. Gaandeweg hebben we ook producten ingezet die in ieder geval helpend zouden kunnen zijn bij het aanpakken van de gevolgen van Q-koorts. We hebben de training “chronische Q-koorts en QVS: hoe ga ik ermee om?” (afgeleid van “Herstellen doe je zelf” ) kunnen aanbieden aan patiënten en partners. Daarnaast hebben we het beweegprogramma ontwikkeld en met deskundigen is een ergotherapierichtlijn ontwikkeld.

Door een brede werkgroep is een “Kwaliteitsstandaard Multidisciplinaire zorg” ontwikkeld met daarin de drie elementen (training, beweegprogramma, ergotherapie) en enige tijd geleden is deze ingediend bij het Zorginstituut Nederland (ZIN). Het ZIN beoordeelt of de standaard kwalitatief voldoende is om opgenomen te worden in het register. Opname in het register betekent vervolgens dat huisartsen e.d. kunnen verwijzen naar deze inhoudelijke richtlijnen en dat zorgverzekeraars dit standpunt volgen.

Helaas moet ik u een teleurstelling melden. De Kwaliteitsstandaard zoals deze ingediend is nog niet als voldoende beoordeeld. Dat heeft te maken met de volgende punten.

Allereerst zou het logischer zijn geweest, volgens het ZIN, om een paramedische standaard te maken en de training als apart product in te brengen. Dat heeft te maken met de vergoedingsstromen. Fysiotherapie en ergotherapie worden veelal door de zorgverzekeraars vergoed, de training ‘Herstellen doe je zelf’ valt veelal binnen het WMO-domein.

Een tweede argument is dat de huisartsen een meer duidelijke rol moeten krijgen in het verwijzen naar de diverse therapieën. Met dat advies zullen we opnieuw in gesprek gaan met de NHG, het Nederlands Huisartsen Genootschap.

Dat sluit aan bij het laatste en meest belangrijke punt. Ook huisartsen hebben behoefte aan duidelijke kaders. Wanneer zet je nu een beweegprogramma in en wanneer ergotherapie of misschien wel Cognitieve Gedragstherapie. Het is vaak geen kwestie van ..en .. en.. en.. maar ‘of ‘en dan ook in de goede volgorde. Met andere woorden: een duidelijk stroomschema voor de inzet van therapieën dient uitgewerkt te worden.

Uiteraard had ik beter nieuws verwacht maar het is opbouwende kritiek geweest en we gaan achter de schermen werken aan verbetering. Het hele proces dat ik hiervoor geschetst heb, tekent opnieuw hoe weerbarstig de ontwikkeling is van een nieuwe richtlijn, het verkrijgen van goedkeuring maar vooral ook de implementatie ervan.

Wat betekent dat voor u als patiënt? Momenteel nog geen verandering in de huidige status van de therapieën. U krijgt ergotherapie vergoed uit de basisverzekering en fysiotherapie afhankelijk van uw aanvullende verzekering en/of de vergoeding door de gemeente.

En als Q-support gaan we aan de slag met de verbeterpunten.

 

<<< vorige blog volgende blog >>>